Persbericht aan Dirk Verhofstadt aangaande zijn opiniestuk ‘Een absolute vrije markt is immoreel’

Geachte heer Verhofstadt,
Beste Dirk,

Wij hebben met grote verbazing uw laatste opiniestuk ‘Een absolute vrije markt is immoreel’ gelezen. Uw tekst is een aanval op wat u omschrijft als ‘marktfundamentalisme’ en ‘neoliberalisme’. Wij betreuren dat u in plaats van argumenten de wapens van verdachtmakingen en onwaarheden hanteert. Het LVSV is sinds jaar en dag een omgeving waar studenten trachten de brede liberale ideologie te doorgronden. Wij begrijpen dan ook uw vijandigheid niet ten opzichte van een stroming die onmiskenbaar deel uitmaakt van de liberale traditie, een stroming die ook vertegenwoordigd is binnen het LVSV. We zien het dan ook als onze plicht om deze denkstroming te verdedigen en met deze brief willen we een bescheiden antwoord bieden op uw aantijgingen.

De inhoud van uw betoog sloeg ons meermaals met verstomming. Zo gebruikt u steevast de term ‘neoliberalen’ als denigrerende verzamelnaam voor de aanhangers van Milton Friedman en Friedrich Hayek. Het is niet onze bedoeling om een semantische discussie te voeren, maar het lijkt ons correcter om deze ideeën te omschrijven als klassiek-liberalisme, oflibertarianism in de Angelsaksische wereld. ‘Libertarisme’ is dan ook een louter anglicisme dat verwijst naar de klassiek-liberale denkschool in de VS, een denkschool die van naam moest veranderen nadat hun label werd gekaapt door de sociaal-democratische aanhangers van de New Deal. De term ‘neoliberalisme’ wordt tegenwoordig gebruikt door mensen die het liberalisme in zijn totaliteit verwerpen, zoals de antiglobalisten en neomarxisten. Het is voor ons dan ook bevreemdend dat een medelid van de liberale beweging zoals u deze dubieuze term hanteert.

Belangrijker dan woorden zijn de beweringen die u maakt. Zo zegt u dat we het einde zien van een ‘neoliberaal tijdperk’ van ‘meer vrije markt, lastenverlagingen, dereguleringen en privatiseringen’. De geschiedenis getuigt van een complexere werkelijkheid. Sinds de jaren ’70 hebben de ideeën van Friedman en Hayek inderdaad meer ingang gevonden in politieke middens. De concrete verwezenlijkingen zijn niet altijd éénduidig positief, maar wij zijn geneigd om te zeggen dat de liberale hervormingen in de VS en het Verenigd Koninkrijk heel wat positieve aspecten hebben gehad. Maar zelfs het economisch palmares van Thatcher en Reagan heeft niet voor een totale omslag gezorgd: hun regeerperiodes hebben de groei van de staat vertraagd, maar niet teruggeslagen. Het overheidsbeslag en de reguleringsdrift is blijven groeien. De voorbije jaren hebben westerse overheden bovendien ongelooflijk veel geld gespendeerd aan nooit geziene stimulusmaatregelen. Daarbij hebben ze hun schuldenberg tot in het oneindige laten toenemen. Wij denken dat deze ontwikkelingen niet getuigen van een ‘neoliberaal tijdperk’, wel integendeel. Het is de zoveelste crisis die de staat misbruikt om haar macht uit te breiden. Vergeef ons als wij ons daartegen verzetten.

Een andere aantijging die u maakt is dat Friedman en Hayek verantwoordelijk zouden zijn voor de wandaden van het Chileense regime onder Pinochet, of toch ten minste deze wandaden hebben goedgekeurd. Dit is een veelgehoorde kritiek die normaliter gepredikt wordt door linkse demagogen genre Naomi Klein. Het is correct dat Friedman en Hayek positief stonden ten opzichte van de economische hervormingen die het collectivistisch systeem van Chili hebben ontmanteld. Op lange termijn heeft Chili er de vruchten van geplukt. Nu is het namelijk één van de welvarendste landen van Zuid-Amerika en heeft het  haar democratiseringsproces voltooid. Friedman schreef immers reeds jaren voordien dat politieke en economische vrijheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een toename van economische vrijheid zou leiden tot een betere levensstandaard, en uiteindelijk tot een roep om democratie. Wat Hayek betreft, vergeet u de gegeven quote te vervolledigen: “Persoonlijk prefereer ik een liberale dictator boven een democratische regering zonder liberalisme. Mijn persoonlijke indruk, en dit is van belang voor Zuid-Amerika, is dat we in Chili een overgang zullen zien van een dictatoriale overheid naar een liberale overheid.” Met andere woorden: Hayek en Friedman hebben de economische hervormingen steeds gesteund omdat ze wisten dat het de enige stabiele manier was om te komen tot meer politieke vrijheid, niet omdat ze het regime en de gruweldaden zouden hebben gesteund. Dat onderscheid wenst u blijkbaar niet te maken, maar het is nochtans essentieel. Zo vinden wij bijvoorbeeld dat de glasnost en perestroijka van Gorbatsjov positieve ontwikkelingen zijn geweest. Maakt dat van ons aanhangers van het Sovjetregime en haar repressie?

U verwijt het ‘neoliberalisme’ ook van een utopisch denken. U citeert daarvoor Hans Achterhuis die stelt dat de vrije markt een ‘bijkans goddelijke en onaantastbare status’ geniet. Wij hadden hiervoor graag enig bewijs gezien dat aantoont dat de vrije marktwerking een opgelegd dogma zou zijn binnen het klassiek-liberalisme. Maar hiervoor is Achterhuis zelf zeer selectief in zijn bronnen. In zijn boek ‘De utopie van de vrije markt’ gaat hij te rade bij Ayn Rand, die hij vervolgens uitroept tot het toonbeeld van het ‘neoliberalisme’. Maar iedereen die de klassiek-liberale beweging in de VS kent, weet dat Rand geenszins als hun messias kan gezien worden. Rand en haar volgelingen zijn een buitenbeentje binnen de beweging omdat ze een ander filosofisch uitgangspunt hanteren: het objectivisme. Het zou ons te ver leiden om dit uitgebreid te beschrijven, maar het blijft een feit dat Achterhuis geen brede analyse maakt van wat hij het ‘neoliberalisme’ noemt. In plaats daarvan selecteert hij losstaande feiten,  teneinde ze aaneen te rijgen tot een halve complottheorie. Als kers op de taart haalt hij Alan Greenspan, voormalig gouverneur van de Amerikaanse centrale bank, aan als voorbeeld van een ‘neoliberaal’ beleid. En dat terwijl de lage rentepolitiek van Greenspan door delibertarians veelvuldig op de korrel werd genomen. De wereld op zijn kop

Achterhuis vergist zich overigens nog op een aantal vlakken. Zo beweert hij dat de Scandinavische landen met hun hoog overheidsbeslag op de economie “tot de meest concurrerende economieën ter wereld behoren”. Deze analyse behoort al geruime tijd tot het verleden. De concurrentiepositie van het Noordse model verliest aan terrein, waardoor de overheden maatregelen hebben moeten nemen om de publieke sector efficiënter te maken, sommige publieke diensten te privatiseren en hun arbeidsmarkt te dereguleren. Het zijn die maatregelen die verklaren waarom de Scandinavische landen vandaag nog steeds een goede positie genieten in de internationale rankings. Een ander voorbeeld is de analyse die Achterhuis maakt betreffende de landbouwsector. De voedselconglomeraties, die de markt domineren, zouden het gevolg zijn van de ‘neoliberale’ politiek. Zoals u zelf aanhaalt, worden deze conglomeraten ondersteund door lobbygroepen bij de overheid. En dat, samen met de subsidiemachine van het Europees landbouwbeleid, geeft hen een machtige positie om de markt te monopoliseren. Maar deze kritiek wordt al jaren geuit door de klassiek-liberale beweging, die terecht aanhaalt dat dit overheidsprivileges zijn die niets te maken hebben met vrije marktwerking. Opnieuw is het intellectueel oneerlijk om dat fenomeen uit te roepen tot een ‘neoliberale’ verwezenlijking. Een laatste, foute bewering is het aloude credo dat de economische groei is afgenomen en de ongelijkheid toegenomen ten gevolge van de globalisering. Opnieuw, zonder enig bewijs. Want wie naar de realiteit kijkt, weet dat de huidige wereldeconomie geen volledige vrije markt is, maar een complex kluwen van nationale en internationale regels en instellingen. Maar het lijkt wel een constante te zijn dat elke nationale economie die zichzelf openstelt voor vrije handel er voordeel bij doet. Landen als China, India en Brazilië hebben jaren geleden hun markten geliberaliseerd. Buitenlandse investeerders, technologie en producten vonden hun weg naar de nieuwe markten en daardoor zijn miljoenen mensen uit de armoede getild. Het is dus mogelijk dat door deze evolutie de ongelijkheid in deze landen is toegenomen. Maar was het dan beter geweest dat de ganse bevolking arm was gebleven, omwille van de heilige ‘gelijkheid’? Achterhuis zou een overtuigende zaak kunnen bepleiten als hij de feiten zou nagaan en een correcte weergave van het klassiek-liberalisme zou hanteren. Spijtig genoeg beperkt hij er zich toe holle, antiglobalistische slogans te herhalen.

Om tot de kern van ons antwoord te komen: wat ons het meeste verontrust is uw uitspraak dat ‘neoliberalen’ immorele mensen zouden zijn omdat ze ‘absolute vrijheid’ nastreven. Maar geen enkele liberaal kan beweren dat vrijheid absoluut is. Eenieders vrijheid is altijd beperkt door de vrijheid van anderen. Daar bevindt zich de keerzijde van de medaille: verantwoordelijkheid. Zelfs degenen die u omschrijft als ‘neoliberaal’ zullen dit erkennen. U heeft het verder over de kardinale deugden: wijsheid, moed, zelfbeheersing en rechtvaardigheid, en zegt: “Het zijn deugden die de neoliberalen niet kennen, en is dan ook dé reden waarom liberalen het neoliberalisme en het libertarisme met evenveel kracht moeten bestrijden als andere utopieën van links of van rechts.” Wij begrijpen niet waar u de verantwoording haalt voor deze karaktermoord op iedereen die zichzelf klassiek-liberaal noemt. We beperken ons dan ook liever tot de rationele argumenten die in deze brief staan. En we hebben daarbij niet de minste neiging om liberalen met een andere mening af te schilderen voor iets dat ze niet zijn: immorele individuen. En al helemaal willen we geen interne conflicten binnen de liberale beweging die vandaag voor veel grotere uitdagingen staat.

Onze ervaring leert ons het volgende: interne discussie zou een bron moeten zijn van verrijking, niet van uitsluiting. Het LVSV omarmt de verscheidenheid aan meningen die bestaat tussen haar leden. Binnen onze vereniging hebben we aanhangers van het links-liberalisme, het klassiek-liberalisme en zelfs  het anarcho-kapitalisme. De ideologische verschillen zijn soms groot, maar dat is net onze sterkte. Door intern debat leren we van elkaars ideeën en verkrijgen we het inzicht dat de filosofische grondslagen van het liberalisme kunnen leiden tot uiteenlopende politieke, sociale en economische conclusies. U lijkt die verscheidenheid niet te aanvaarden. U probeert zelfs de school van het klassiek-liberalisme te criminaliseren en uit te stoten, in plaats van de discussie aan te gaan. Klassiek-liberalen geloven inderdaad in een gelimiteerde overheid en een grote sociale én economische vrijheid. Als u er een andere mening wilt op nahouden, dan is u dat van harte gegund, het is de kern van onze ideologie. En we hebben er geen enkel probleem mee dat u zich progressief-liberaal, sociaal-liberaal of desnoods links-liberaal wenst te noemen. Maar wat geeft u het recht om iemand de titel ‘liberaal’ te ontzeggen?

Met liberale groeten,

 

Franc Bogovic
Voorzitter LVSV Nationaal

Bavo De Mol
Voorzitter LVSV Antwerpen

Laurent Maes
Voorzitter LVSV Brussel

Gilbert Nijs
Voorzitter LVSV Hasselt

Nick Roskams
Voorzitter LVSV Leuven

Het LVSV is een onafhankelijke studentenvereniging die al sinds 1937 de liberale studenten aan de Vlaamse universiteitssteden verenigt en voor een consequente liberale koers pleit binnen het politieke landschap.

Comments are closed.